zondag 6 mei 2012

Het Main-Donaukanaal: sluizen

Zondag 6 mei, 12 uur. Nog een paar kilometer en twee sluizen te gaan, en we zitten op de Europese waterscheiding. Een regendruppel die daar valt, staat voor de existentiële vraag of hij naar de Noordzee of de Zwarte Zee zal gaan. Waarbij het, zoals bij zoveel levensvragen, op de lange duur niets uitmaakt. Hij en zijn buurman die anders besluit, komen allebei in de oceaan terecht.


Drijvende bolder
Op dat punt zijn we vanaf het zeeniveau bij Rotterdam 406 meter in het landschap gestegen. Mijn GPS skitracker maakte er 411 van, maar dat klopte: ik stond op het dek van een op het water drijvend schip. 
De drie sluizen in deze omgeving zijn qua hoogteverschil de grootste van Duitsland, met een verval van 24,67 meter. Voor het eerst maken we het mee dat ze van drijvende bolders zijn voorzien, en dat maakt het leven voor een eenvoudige dekknecht wel makkelijker. Eén keer vastmaken en geen gedoe met overpakken, want de bolder stijgt met je mee. Die zit vast op een enorme stalen bak die in een nog iets grotere sleuf beweegt en daarbij het sinistere geluid maakt van knerpend dichtslaande kerkerdeuren. Althans, dat weten enkele opvarenden te melden die wie er nu van verdenken dat ze het hebben meegemaakt.


Een sluis waar zoveel kubieke meter water in of uit moet - 50 à 60.000 - is in principe drie keer zo lang bezig als sluizen met een verval van acht meter, die we in dit traject ook zijn tegengekomen. Dat zou bottlenecks opleveren. Om dat te voorkomen is er met extra in- en uitstroomopeningen voor gezorgd dat de schuttijd bij alle sluizen even lang is, 15 minuten, wat bij deze grote leidt tot een stijg- of daalsnelheid van 1,70 meter per minuut.




Ingang schoenendoos onderin

Eigenlijk zijn die sluizen een soort buitenmaatse schoenendozen, waarbij de korte kanten helpen de zijwaartse krachten op de wanden op te vangen. Dat is sowieso een heikel punt bij de bouw van sluizen, want je kunt geen balken of trekstangen tussen de wanden zetten om te voorkomen dat ze inklappen of uitelkaar barsten. Dan kunnen er geen schepen in. Het enige dat je kunt doen, is heel goed verankeren.


Uitgang schoenendoos bovenin
Op de sluismuren zien we op veel plekken markeringen aangebracht. Die lijken allemaal te duiden op scheuren en doorbuigingen in het beton. We beginnen een beetje te begrijpen waarom onderhoud aan sluizen nodig is. Het kanaal is niet voor niets twee weken gestremd geweest!




De korte kanten van de schoenendoos zijn grotendeels dichte betonwanden, op een uitsparing na aan beide kanten, van zes meter in de lucht en vier meter onder water. Dat zijn de verticale dimensies van de grootste schepen die hier varen. Alleen dat stuk wordt door sluisdeuren afgesloten, aan de dalkant onderaan de korte kant van de schoenendoos, aan de bergkant bovenaan.


Spaarbekkens
Over die 15.000 kuub sluisinhoud valt nog wel wat te zeggen. Dat is natuurlijk een enorme bak met water om bij iedere schutting maar naar beneden te laten lopen - water dat zeker in de hogere, drogere delen slecht gemist kan worden. Daarom staan naast elke sluis drie spaarbakken, elk goed voor 20% van de sluisinhoud. De inhoud van sluisdeel 25-20 meter loopt leeg in spaarbak 15-20. Sluisdeel 20-15 loopt leeg in spaarbak 10-15, en sluisdeel 15-10 in bak 5-10. Alleen het onderste sluisdeel 10-0 spoelt naar beneden het kanaal in. Bij het omhoog schutten loopt eerst spaarbak 5-10 leeg, die de sluis op 5 meter brengt. Daarna in volgorde de twee hogere bakken, en alleen het stuk 15-25 komt uit de bovenloop van het kanaal. Een besparing van 60%, zij het ten koste van een flinke investering. De bouwbedrijven waren er blij mee!


Bij de schuttingen merk je ook telkens dat je sommige stukken snel gaat, en later weer bijna stil staat, alsof je in een lift zit die op iedere verdieping stopt. Dat komt door die spaarbakken: een volle loopt nu eenmaal sneller leeg naar een lege sluis, dan een bijna lege naar een bijna volle sluis.


Ik heb begrepen dat het hoogste kanaalpand, waar dus per definitie geen water van boven in komt, bij droogte zijn water krijgt teruggepompt.





zaterdag 5 mei 2012

Nieuwe week, nieuw vaarwater

We zijn de Main uit, die ons de hele tijd heeft getrakteerd op liefllijke oevers en prachtige steden. 
Door zijn aard biedt het Main-Donaukanaal, waar we nu in varen, een heel andere aanblik. Voordat er mensen waren, was er de rivier. Die bood de mensen een aantrekkelijke plaats om zich te vestigen, want er was water, vaak vruchtbare grond, en er kwam nog eens iemand langs om handel mee te drijven of om te beroven. Zo groeiden steden aan de oevers, met steeds het oudste deel  aan het water. De stadsdelen dus die zich de hele tijd in hun historische geschakeerdheid aan ons toonden.






























Achter de Mariposa de sluis in


 Met een kanaal ligt dat anders. Dat wordt aangelegd wanneer de dorpen en steden er al zijn, en dat moet dus overal omheen. Maar het heeft zijn eigen kwaliteit van waterbouwkundig wonderwerk, zeker wanneer het een groot hoogteverschil overbrugt en daarvoor sluizen moet aanleggen. Dan wordt een kanaal een serie verdiepingen van aaneengeschakelde badkuipen, die allemaal waterpas in een glooiend landschap liggen. De sluizen zijn een soort natuurliften om van de ene verdieping in de andere te komen. Als je net omhoog gegaan bent, ligt het landschap onder je. Aan het einde van je badkuip is het land weer boven je uit gegroeid - zolang je zelf omhoog vaart natuurlijk; de andere kant uit zakt het land onder je weg.





Hoge sluiswand
18 meter hoger
Met onze sluizenleercurve gaat het goed. Bij de ingang van de Neckar een paar weken geleden waren we al erg onder de indruk van een sluis van 8,60 meter. Vanmorgen bij Bamberg gingen we tien meter omhoog, en zojuist, bij Erlangen, was het 18,60 meter. Dat gaat al aardig in de richting van de 25 meter, wat voor zover wij weten het grootste verval is deze reis. Dat is bij de IJzeren Poort, waar de Donau door de Karpatenring heen breekt. Maar dat zijn dan ook gelijk twee geschakelde sluizen achter elkaar!
Intussen is het voor het eerst regenachtig en guur weer. Rob en ik zijn met zijn tweeën alleen aan boord, onze gewaardeerde afstappers gingen vanmorgen weg om vanavond weer thuis te zijn, en de opstappers hetzelfde maar dan deze kant uit. De wasjes zijn gedraaid, gedroogd en opgevouwen, we zien uit naar de komst van nieuwe mensen en genieten intussen ook van een dagje met alleen maar Anna Koosje.


We hebben vandaag de helft van de tijd gevaren in een miniconvooi met de Mariposa uit Hendrik Ido Ambacht. Hij 120 meter, wij 30, dat past mooi samen in een sluis van 180. Bij de sluis van Kriegenbrunn nam die vriendelijk afscheid van ons. De schipper kreeg bezoek van zijn broer en die zijn auto moest aan boord gehesen worden, naast die van de schipper. Zo voeren we verder achter een andere grote jongen, de Valentina uit Galati. We zijn er intussen achter wat het verschil is tussen een Hollands en een Roemeens schip. De een heeft twee auto's op het achterdek staan, de ander één fiets.


Over het Main-Donaukanaal valt nog van alles te vertellen, maar dat doe ik een andere keer.


vrijdag 4 mei 2012

Schweinfurt

Schweinfurt heeft weer een heel eigen benadering gekozen voor de wederopbouw van de stad. Würzburg heeft zo te zien geprobeerd het historische stadsbeeld op detailniveau terug te halen, zodat je hier en daar denkt dat je in een gebouw of straat uit de zestiende eeuw bent. Waarbij er dan toch iets niet klopt, al weet je niet precies aan te geven wat.
Schweinfurt heeft alleen de grote lijnen hersteld, zoals het stratenplan en de gevelcontouren. Daarbinnen is met grotere vrijheid gewerkt met materialen en vormen. Het resultaat is een stad die ook zijn recente geschiedenis lijkt te erkennen en in zich op te nemen, in plaats van die toe te dekken of te ontkennen.


gerestaureerd oud en functioneel nieuw bij volle maan

Dit is de bijna sacrale entree van het museum Georg Schäfer. Geen idee wat er binnen te zien is, maar de buitenkant verleidt en verlokt tot opstijgen en transcendentie.
Dit fotootje wilde ik er even bij hebben omdat het rijmt op een beeldengroepje dat we in Eberbach in het park zagen. Daar was het een groep everzwijntjes; hier in Schweinfurt natuurlijk een paar gewone varkentjes.







Waar zijn we nu?


Bericht van een blog-volger, die zich de hele tijd afvraagt waar we zitten ten opzichte van Rotterdam en de Zwarte Zee. Hij kwam bij wat surfen op een mooie overzichtskaart. Misschien zijn er wel meer mensen met dezelfde vraag, dus hier is hij. Even ter oriëntatie: wij zitten nu ongeveer tussen de f en de u van Frankfurt. Het blauwe slingertje is het stroomopwaartse vervolg van de Main, de rode lijn is het Main-Donau kanaal, waar we straks bij Bamberg in gaan, richting Regensburg. We hebben nog een eindje te gaan!
Zoon Jan had toen hij 14 was een vriendje, nu vriend, die in 2000 aan boord was van de Alcedo, de Lemsteraak waar ik veel mee gevaren heb. Die kreeg op een gegeven moment genoeg van al mijn flauwe grappen en woordspelingen, en voerde de regel in dat er tenminste één op de tien echt leuk moest zijn. Oké Thomas, hier komt nummer negen: We hopen dat we in de buurt van Bamberg ook Bimberg ontdekken, want dan weten we hoe Beieren aan zijn naam komt.
Wie dit leest, mag kreunen...


donderdag 3 mei 2012

Liggeld

Een van onze zorgen vòòr ons vertrek was, of het zou lukken goede ligplaatsen te vinden. We zijn immers te groot voor jachthavens, zeker in het binnenland waar met kleine rivierjachtjes de norm zijn, maar beroepsvaart zijn we ook niet. Dat wordt ons in Nederland regelmatig ingepeperd wanneer we willen gaan liggen aan een aanlegplaats voor "grote schepen". Bijvoorbeeld in het Merwedekanaal ten noorden van de Concordiabrug in Gorinchem. Dat is alleen voor beroepsvaart - maar waar moeten wij met onze 30 meter terecht?


Onze zorgen zijn tot nu toe totaal ongegrond geweest. Sterker, we hebben het nog nooit zo goed gehad. We zijn nu bijna vijf weken onderweg en hebben in totaal 140 euro liggeld betaald. Eén keer veertig euro in Keulen, waar we aan de brandstofsteiger van een jachthaven hebben gelegen omdat we sowieso diesel moesten tanken en een nieuwe Fahrgast aan boord wilden verwelkomen; en twee keer 50 euro in Worms, waar we op de heen- en terugweg mochten liggen aan de vacante steiger van een passagiersboot die pas vanaf juni zou varen. Alle andere gelegenheden hebben we genoten van gastvrije gemeenten, havenmeesters en sluiswachters. 
Zoals nu ook. We liggen in Schweinfurt. 
- Weet u niet een geschikte plek voor ons, vroegen wij de sluismeester. 
- Ga maar liggen voorbij de Maxbrücke aan de linkerkant, maar laat wel ruimte vrij voor een schip van 110 meter dat er nog aankomt. 
En inderdaad, we liggen aan een kade bij een bord met een aanlegverbod, maar "Außer mit Genehmigung der Schleuse". En die Genehmigung hebben we.


Gisteren in Kitzingen een vergelijkbaar verhaal. Het werd tijd om met varen op te houden en we zagen een mooie lange kade bij een aantrekkelijke stadsfaçade. Een soort Leerdam maar dan met heuvels in de buurt. Een heel lang stuk "verboden aan te meren behoudens toestemming van de Gemeente Kitzingen", maar daar voorbij een meter of veertig vrije kade. 
De havenmeester komt langs en heet ons welkom. Met een flink aantal woorden Nederlands erbij, want hij is zelf binnenvaartschipper geweest met eindeloos veel reizen naar Nijmegen, Rotterdam en andere havens.
- Wat fijn dat we hier kunnen liggen. Wat zijn wij u schuldig?
- Varen jullie met betalende passagiers?
- Nee, alleen vrienden aan boord.
- Dan zijn jullie bij ons te gast.
De volgende ochtend kwam hij nog even langs om zijn kaartje af te geven. Dat was makkelijk om hem bellen als we op de terugreis in de buurt waren. Dan moesten we wel vragen of er misschien een Weinprobe was "in der ältesten Weinkeller von Deutschland."
Toevallig hadden we juist die ochtend een paar lege flessen om weg te werken.
- Weet u waar we hier die kwijt kunnen?
- Ach, geef maar mee, dan gooi ik ze wel in de glascontainer.


Kitzingen ligt midden in Frankenland, waar ze heel mooie wijnen maken. Ik ben ooit eens op inkoopmissie geweest in Volkach en Sommerach, en dat is hier vlakbij. We hebben ons best gedaan op onze vouwfietsjes wat lokale voorraad aan boord te halen. Er komt vast wel weer een havenmeester die de flessen wil afvoeren.


Nog even over die havengelden, ik heb net even opgezocht wat het zou kosten om met de Anna Koosje op de kop van de haven van Schiermonnikoog te liggen. Dat is ergens tussen de 36 en de 52 euro per nacht, afhankelijk van de vraag of ze bereid zijn ons gelijk te stellen met de bruine chartervloot.

woensdag 2 mei 2012

Würzburg

Vandaag is een werkdag, en de stad toont en klinkt anders dan gisteren. Weg zijn de genietende mensen langs de kaden, en aan de overkant klinkt het gedril van een pneumatische hamer. Gisteren was 1 mei, en heel Duitsland was vrij. Het landschap, de oevers, de mensen op de campings, op hun visplekjes en in hun stadsparken aan de oevers van de Main ademden allemaal een soort feestelijke lieflijkheid. Het verbaasde ons niets dat we langs Himmelstadt voeren, en even later bij een bocht in de rivier zagen dat wij "im Paradies" waren.

Een aantal mensen hier aan boord is bezig een bekering te ondergaan, van scepsis of zelfs antipathie jegens Duitsland naar respect, waardering en plezier. De kwaliteit van leven is hier gewoon hoog, althans voor wat wij ervan zien. Waarbij natuurlijk moet worden aangetekend dat we al vier weken geen enkele buitenwijk of volkshuisvestingsflat hebben gezien. Telkens komen we langs mooie huizen die, behoudens een af en toe langstuffend schip, een blijvend vrij uitzicht hebben gevonden; we leggen aan in het hart van aandachtig gerestaureerde of weer opgebouwde steden; en verder varen we langs glooiende oevers met bloeiende koolzaadvelden en bossen met tientallen schakeringen groen. De donkere naaldbomen, de loofbomen met hun prille blad, en allerlei soorten bloesem. De natuur heeft het druk: toen we een maand geleden vertrokken, waren stammen en takken nog kaal en grijs; nu worden we af en toe al ondergestoven door neerdwarrelend stuifmeel. Het is een en al seks en voortplanting wat de klok slaat. Wij drinken er nog maar een kopje thee bij...


Würzburg
Würzburg is prachtig, met een brug die met zijn beelden doet denken aan de Karelsbrug in Praag. Of die gewoon op zichzelf een juweel is. Aan de zuidzijde een hoog verheven Schloss, net als in Heidelberg, behalve dat dit geen ruïne is. Aan de noordkant de Altstadt, in de laatste dagen van de oorlog, op 16 maart 1945, door brandbommen in de as gelegd maar knap weer opgebouwd. We liepen langs een sobere ruimte die bleek te zijn ingericht voor het Nagelkreuz, een internationale verzoeningsbeweging, die stadskerken in Coventry, Engeland, verbindt met Duitse steden als Dresden, Würzburg en tientallen andere. Ook de Laurenskerkgemeente in Rotterdam is erbij aangesloten. 


Het oorspronkelijke nail cross bestaat uit drie eenvoudige timmermansnagels uit de smeulende puinhopen van Coventry Cathedral. Het is indrukwekkend in de eenvoud van zijn symboliek, en door de verbinding van nagel en kruis een sterke verwijzing naar een oersymbool van schuld, offer en verzoening.


Het Duitse bombardement in november 1940 van Coventry was natuurlijk een misdaad. Maar als je ziet hoe zwaar de vergelding is geweest, vraag je je af hoe moreel zuiver de andere kant wel was. Waren de Neurenberg processen meer dan victors' justice? De vraag is vaak gesteld. Waar was bijvoorbeeld Luchtmaarschalk Arthur "Bomber" Harris, die als een eigentijdse Nero stond te juichen toen het hem in februari 1945 voor het eerst lukte in Dresden een vuurstorm aan te steken en daarmee het Florence aan de Elbe in de as te leggen? Lees Het Stenen Bruidsbed van Mulisch, of Slaughterhouse Five van Kurt Vonnegut. Ook Würzburg werd een paar maanden later zo'n brandoffer.


Coventry Cathedral is geconserveerd als ruïne, een blijvende, gekrenkte aanklacht midden in de stad. Würzburg is weer opgebouwd en glanst, inclusief het bladgoud op zijn torenspitsen. Wat zegt dat over de betrokken landen en mensen? Wat ik in Duitsland zie, is een besef van schuld dat is gesublimeerd  tot verantwoordelijkheid. Duitsers hebben hun verwoesting zelf over zich afgeroepen, they have only themselves to blame, en zullen dat niet licht opnieuw laten gebeuren. Engeland zit, op een stukje Londen na, nog steeds in de misère. Afhankelijk gedrag, en slachtofferschap als identiteit: "Nee het gaat ons niet goed, maar dat komt door die anderen..."



dinsdag 1 mei 2012

De ziel van de Anna Koosje



Het is nu de eerste mei. Voor Duitsland betekend dat een dag vrij. Aan boord van de Anna Koosje kennen we zoiets niet. Langs de Main zagen wij op vele plaatsen de voorbereidingen om deze dag te vieren. Grote houtstapels voor een vuur en tijdelijke biertuinen en -tenten. Het weer lijkt mee te werken, want we stonden vroeg op en de zon scheen. Dat vroeg op is nodig om de kilometers te maken. Het is 384 km naar Bamberg en we zitten pas op 190. We varen in een soort convooi met nog twee beroepsschepen. Zij geven het tempo aan en hebben bij de sluizen voorrang. Bijna elk uur is er wel zo'n sluis. We worden in het nemen van die sluizen steeds vaardiger. Het landschap is juist in deze tijd bijzonder fraai. De verschillende kleuren groen, zo typisch voor het voorjaar, geven aan allen een blij gevoel. Tot nu toe heeft Johan deze blog verzorgd en zat daartoe regelmatig in het ruim. Hij begon de typische bleekheid van een schrijver te vertonen. Daar moet verandering in komen en zo neem ik die taak even over. Ik ben nu bijna vier weken aan boord en wat is die tijd omgevlogen. Met de wekelijkse wisseling van bemanningen heb je ook weinig tijd om op adem te komen. Verder waren er ook nog klussen te doen. Dit ondanks alle voorbereiding. Alles werkt nu behalve de waterpomp in het toilet waar Johan gisteren de hele dag mee bezig was. Het ding zal worden vervangen door iets nieuws. Dat gebeurt er als je niet doet wat de schipper wil. Er wordt nu met de putsemmer water voor het toilet gehaald en dat scheelt een hoop. Eerder dan verwacht hebben we de eerste tegenliggers en moet het blauwe bord echt gebruikt worden. Eigenlijk wel spannend want het is hier soms best smal. Het is niet helemaal waar dat alles werkt. De watermaker is ook nog opstandig. Middels een uitvoerige mail naar de leverancier en inzet van thuiszittende bemanning wordt er van alles aan gedaan.
Over de opstappers wordt in deze blog niet geschreven, maar ik wil er in zijn algemeenheid wat over kwijt. De Anna Koosje is naast alles ook een ontmoetingsschip. Dat is elkaar tegenkomen en ontmoeten. Bij dat ontmoeten zit tevens de betekenis dat je niets moet. Bij velen zie je dat ze dit na een paar dagen goed door hebben en dan is er een heerlijk gevoel van ontspanning. Dat brengt weer de inzet om dingen te doen en daarmee een bijdrage aan het schip en de opvarende te leveren. Zo komt de ziel van de Anna Koosje midden in het gezelschap van opvarende te zitten. Die ziel is elke week een beetje anders. Dat is een boeiende uitdaging naast alle andere dingen die we meemaken