dinsdag 10 april 2012

Van Keulen naar Koblenz, door het Duitsland van de legenden

Keulen, richting Koblenz maar nog niet helemaal daar. Loods Jan had ons voorbereid op een relatief saai stuk Duitsland; pas na Koblenz zou het interessanter worden. Dat viel reuze mee, maar dat lag er misschien ook aan dat ik een groot deel van de ochtend benedendeks heb doorgebracht om te proberen een relatie te ontwikkelen met onze nieuwe drinkwatermaker. Daar zit nog niet veel voortgang in, maar een mens blijft hopen.


We zijn nu begonnen het Duitsland van de legenden binnen te varen. We waren natuurlijk al vroeg Xanten gepasseerd, dicht bij de Nederlandse grens, waar volgens de overlevering het slot van Siegfried zou hebben gestaan. Maar dat deel van het land zijn zo veel bommen op gevallen dat zelfs de Rheintöchter en de Nibelungen het er niet uithielden.
We kwamen langs Bonn, en even later Königswinter, met hoog daarboven de Drachenfels. Die ontleent zijn naam aan de draak die daar zou hebben gewoond, en die door Siegfried op zijn reis naar Worms zou zijn gedood, en wiens bloed hem bijna (maar niet helemaal genoeg) onkwetsbaar maakte. Fafnir dus, bekend van Maarten Zweers en Richard Wagner.

Even verder verscheen op de kaart een eiland, Nonnenwerth. Ik heb Liszts Zelle in Nonnenwerth vaak gehoord in het kielzog van onze eerste pianoconcourswinnaar Yingdi Sun. Maar ik had bij dat Nonnenwerth nooit een beeld, en heb nooit de moeite genomen er meer over te weten te komen. En nu kwamen we er langs!
Toen loods Jan hier in zijn vroege jaren langs kwam, vertelt de hij, zag hij regelmatig nonnen langs de oevers lopen, heel veel. Nu zie je achter de bomen de doelpalen een van een voetbalveldje staan, zou dat zijn om de roeping tot de Heer wat aantrekkelijker te maken?

Frank van Beek is aan boord gekomen in Keulen en is onmiddellijk in de nek gesprongen met allerlei technische puzzels waar Rob, en zeker ik, niet uit kwamen. Frank geniet, in het besef dat hij een belangrijke bijdrage levert. Hiernaast zijn schets van de aansluiting van onze nieuwe ruitenwisser. Het is duidelijk, nu komt het in orde. Auteursrechten blijven trouwens bij Frank!

Rob heeft Frank onmiddellijk in zijn eigen functie van hoofd technische dienst benoemd, en is nu zelf opgeschoven naar lid van de raad van bestuur. Hij is dan ook al bijna de hele dag op onze bestuursetage te vinden. 

De historie blijft ons in het gezicht staren langs deze oerader van Europa. Remagen, aan weerszijden de ruïnes van de pijlers van de Ludendorff spoorbrug. Die is in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog als militair project gebouwd, en werd in april 1945 door de Amerikanen als een van de weinige Rijnbruggen intact veroverd. Daardoor konden binnen enkele dagen 18 regimenten naar de oostelijke oever oversteken, totdat de Wehrmacht hem met hun laatste explosieven opbliezen. Het steunpunt aan de Berlijnse kant van de Rijn versnelde de geallieerde overwinning aanzienlijk. Na het eind van de oorlog werden er krijgsgevangenkampen ingericht, waar op het hoogtepunt 170.000 verdachte Duitsers waren geïnterneerd. Dat kon niet lang zo doorgaan; in juli 1945 werd het interneringsprogramma beeindigd. 

maandag 9 april 2012

Van Neuss naar Keulen

Een regendag. We waren heel vaardig door allerlei smalle doorgangetjes achter in de haven van Neuss gaan liggen, maar dat betekende dat we er ook weer uit weg moesten. Achteruit dus, en ook door die smalle doorgangetjes. Het ging voortreffelijk, en de herinnering kwam terug toen wij voor het eerst zoiets voor de kiezen kregen, als kersverse schippers van een luxe motor. We waren door de havendienst Dordrecht, die misschien niet helemaal had begrepen dat wij dertig meter lang waren, door een smalle brug en langs een haakse bocht naar een jachthaven! gestuurd. Erin viel nog best mee, maar die hele nacht hebben we slecht geslapen. Hoe komen wie er in vredesnaam weer uit? Het lukte - we zijn immers hier in Keulen en niet in Dordt - maar aan het einde van die manoeuvre kon je Rob z'n T-shirt uitwringen.


Hoe dan ook, bij het achteruit de haven van Neuss uit hield Rob zijn hemd droog. En we hebben allebei vastgesteld wat een plezierige docent Jan, onze Rijnloods, is. Niet alleen bij dit soort manoeuvres, maar ook als het gaat om, hoe zal ik het zeggen, het begrip van het water en de stroom. Zo hebben we bij onze vaarbewijstheorie geleerd dat de stroom in de buitenbocht het sterkst is. Toch laat Jan ons af en toe in de opvaart naar de buitenbocht sturen, maar dan ook echt helemaal tot op een paar meter van de kant af. Daar wordt de stroom door oever en kribben weer zodanig afgeremd dat je snelheid er merkbaar groter wordt. Het doet me een beetje denken aan de luchtstroom in een geribbelde stofzuigerslang, die moet aan de kanten ook enorm geremd worden, zeker wanneer die slang in allerlei kronkels ligt.


In Neuss ontstond er een gesprek over hoe veel we nu boven zeeniveau zouden zitten. Wij hebben toevallig wat omweggetjes gemaakt, maar zonder dat is het mogelijk zonder een enkele sluispassage van Rotterdam tot aan Mainz te varen. Je hebt dan wel flink stroom tegen, en dat is omdat het water met een flinke vaart de berg af komt donderen. Tegelijk is het dus waar dat we onszelf met extra motorgeweld de berg op hijsen; hoe ver zijn we in dat opzicht al omhoog gegaan? Ik had toevallig nog een skitracker app op mijn iPhone zitten, die je geografische coördinaten niet alleen in het platte vlak geeft maar ook in de hoogte. Het bleek dat we al, of nog maar, 24 meter hoog zitten. We hebben nog heel veel hoogtemeters te gaan, maar dat gaat dan merendeels via sluizen.


Van Neuss naar Keulen is het over de weg een kilometer of veertig. Over water is het twee keer zo ver. Heerlijk! Wie had er bedacht dat de kortste verbinding tussen twee punten een rechte lijn is? Rijnvaart is niet-Euclidische meetkunde!


Dit traject kregen we ook echt een beeld van wat voor levensader de Rijn is voor Duitsland en zijn industrie. Enorme chemische bedrijven, zoals hieronder dat van Bayer bij Leverkusen, hebben hun laad- en loskades aan de rivier.
Daarbij raakte ik weer eens onder de indruk van het wonder van organisatie dat dit soort complexen vertegenwoordigen. Wat er komt kijken aan werk en samenspel van ingenieurs, bouwondernemingen, installatiebedrijven en financiële instellingen, om er maar een handvol te noemen - de mens is een wonderlijk en indrukwekkend wezen. Of beter: de mensheid. De individuele mens is meestal nogal, ja, gewoon. Raar is dat eigenlijk.


Rechts op het plaatje vaart trouwens een bootje van de WSP, de Wasserschutzpolizei. We zijn heimelijk een beetje gepikeerd dat die nog niet een keer langszij is gekomen voor een van de narrige controles waar we zo veel slechte verhalen over gehoord hebben. Ze zijn wel een keer bij ons achterlangs gevaren maar concludeerden misschien dat dit schip er zo goed uitzag dat er niets te mopperen zou zijn. Het zijn ook helemaal geen vrienden van loods Jan, die zich in zijn mening gesterkt voelde toen we in Niehl naar een bunkerboot waren gevaren waar verder geen personeel aan boord was. Via de marifoon de WSP opgeroepen om te vragen of zij iets wisten, maar geen antwoord. Terwijl ze bij het uitdraaien van de haven bleken vlak in de buurt te zitten.

zondag 8 april 2012

Ondergedoken met Pasen

Komende vrijdag de dertiende is het honderd jaar geleden dat de Titanic is vergaan, vertelde een bezorgde uitzwaaier ons vorige week, en plotseling is de Anna Koosje weggvallen op www.marinetraffic.com. De brand in het Vodafone systeem hielp ook al niet om in contact te blijven. En zo bereikte ons al de bange vraag of wij van de aardbodem waren verdwenen, en zo ja of wij dan toch wel de Paasgedachte zouden willen respecteren door ook weer boven water te komen. Wij doen ons best.


Pas gisteren hadden wij het gevoel dat wij ècht op weg waren. Vroeg vertrokken uit Arnhem, een laatste stop bij de bunkerboot van Slurink in Lobith, en hop de grens over. Laat dat nou net zo weinig voorstellen als over de weg! Geen strenge ambtenaren van het Zollamt, geen plotselinge verandering van het landschap, nee, alleen de Waal werd Rhein maar daar merkte je in het stuurhuis niks van.


Ik heb als redactielid van de Bokkepoot, het clubblad van de LVBHB, de vereniging van het historische bedrijfsvaartuig, een verslag onder handen van een tocht met de Terra Nova, een soort Anna Koosje, in april 1946, naar Basel. Het is het verhaal van een opstapper, dus veel nautische informatie staat er niet in. Des te aangrijpender zijn de verhalen over de ene kapotgebombardeerde Rijnbrug na de andere, en over de ruïnes van steden, dorpen en fabrieken aan beide oevers. Ik moet zeggen dat ik met andere ogen keek naar de eerste Duitse brug die wij in het zicht kregen, die bij Emmerich. Natuurlijk ziet die er net zo uit als iedere andere brug waar onze generatie mee is opgegroeid. Toch trof het mij als een beetje een wonder, hoewel er natuurlijk bijna zeventig jaar tussen zit, dat alle oorlogsschade is opgeruimd en er een gaaf en functionerend land staat. En niet alleen de brug van Emmerich is weer in orde, maar àlle bruggen erna! Hier en daar, zoals bij Wesel, is nog iets van de vooroorlogse brug te zien, plus de herbouw van na de oorlog, plus alweer een nieuwere van zeg maar 1990 of zo, ter vervanging de naoorlogse.



Kalkar, het complex dat ooit een snelle-kweekreactor had moeten worden om half Duitsland en Nederland van energie te voorzien, en dat uiteindelijk door bondskanselier Kohl de nek is omgedraaid nadat de technische en financiële tegenvallers zich maar bleven ophopen zonder eind in zicht. De wakkere ondernemer Hennny van der Most heeft het voor niet veel geld, of misschien juist wel veel geld maar dan tòe, overgenomen, en tot pretpark omgebouwd. Het zag er dubbel triest uit. Een complex dat geen kerncentrale mocht worden, en dat het nu als pretpark in april moest stellen met een schamel stel bussen schoolkinderen.


Wesel was de eerste haven waar wij als niet-beroepsvaart maar ook niet-plezierjacht een overnachtingsplek zochten. Dat bleek verrassend makkelijk. Jan wees ons waar we niet moesten liggen - niet te ver naar achteren want daar zit een stinkend veevoederbedrijf, en niet te ver naar voren want dan zit je in de onrust van de rivier. "Daar, naast die zondagshouders, dat is een goede plek."
- Zondagshouders?
- Ja, ken je dat niet? Schippers die zich aan de zondag houden en dan niet varen. Die gaan vandaag niet meer weg. Maar ga er nooit op zondagmiddag naast liggen, want om een minuut na middernacht word je geheid losgegooid. Ze moeten concurreren met anderen die wel doorvaren, dus ze hebben wat in te halen.


We raakten aan de praat met een van die schippers, het was immers nog zaterdag. Hij vond het lang zo leuk niet meer als vroeger. Als je toen bij elkaar lag, had je het gezellig, met een praatje en een spelletje voetbal op de kant. "Nu hebben ze allemaal een huis op de wal en een auto, en zijn ze het hele weekend weg."



Vandaag onze eerste dag met serieuze stroming op de rivier, vaak een kilometer of zes à zeven tegen, met zijn rare effecten op de koers van het schip. In een buitenbocht word je naar binnen gezet, zodat je als het ware krabbend over het water gaat. We kennen het van het Wad, maar op een rivier vind ik het onverwacht.




Regelmatig wijst Jan op plekken waar we wegens ondiepte wat verder uit de kant moeten blijven. "Droog stukkie", zegt hij dan. Dat betekent niet dat je het kunt zien stuiven, maar dat er een ondiepe oever is, altijd aan de binnenbocht van zo'n rivierkronkel. Je kunt het ook vaak wel aan de oever zien, die is meestal zelf heel laag en loopt traag de rivier in. Dat levert vaak erg mooie strandjes op aan de landzijde, maar aan de waterkant kun je er beter weg blijven.




En nu liggen we in de bekoorlijke marina van Neuss, te midden van talloze andere miljonairsjachten. Vanavond naar een driesterrenrestaurant en het casino.



vrijdag 6 april 2012

De personeelsadvertentie in de Binnenvaartkrant

Het wintervuil eraf
Klussen - de scherpe kantjes weg














- Mooi scheepje, mannen, hoort bijna in een museum thuis, zei de schipper van de Traffic in de sluis bij Weurt, waar het Maas-Waalkanaal in de Waal uitkomt. Zijn schip is een paar maatjes groter dan de Anna Koosje, maar de baas stond duidelijk vertederd naar ons te kijken. 
- Ik ben op zo'n ding opgegroeid. Waar gaan jullie naar toe?
- Nou wij zijn juist blij dat we het uit het museum hebben kunnen houden. We zijn eerst op weg naar Nijmegen en dan naar Odessa.
- Heb ik jullie dan niet met een advertentie in de Binnenvaartkrant zien staan een paar weken geleden, dat je iemand zocht met Rijnpapieren?
Dat klopte dus. De Binnenvaartkrant wordt goed gelezen, en zo zijn we dus een klein beetje beroemd bij onze grote collega's. De schipper vertelde nog dat hij zijn vrije tijd het liefst varend doorbrengt, op een kleiner scheepje van 22 meter dat hij ook nog heeft.


Het was een boeiend gesprek. Zò boeiend dat ik vergat dat we in een sluis lagen en dat we zouden gaan zakken. Hé!, klinkt een brul van het voordek. En inderdaad, ik ben bezig de Anna Koosje aan de sluismuur op te hangen. Snel, mes uit het stuurhuis; gelukkig, het is scherp, en met een ruk zakt Anna Koosje met haar ruim 75 ton bijna een decimeter omlaag. Tros een stukje korter, maar les geleerd!


Maar à propos Odessa - als we daarheen onderweg zijn, waarom zetten we dan de hele tijd zulke kleine trajectjes in de AIS? Dat hebben we dus even snel aangepast. Inclusief de datum en de tijd van aankomst. 16.30 uur, op tijd voor de borrel tenslotte!


Intussen zijn we nog steeds in Nederland een beetje sur place aan het maken. Jan Vlietstra komt vanavond aan boord, en morgenochtend gaan we dan echt de eerste grens over. Jeanne komt vanavond nog even voor een laatste vaarwel, en omdat ze vindt dat ik een net pak aan boord moet hebben voor wanneer we in Wenen naar de opera gaan. Dat is praktisch vooruit denken! 









maandag 2 april 2012

Schijnbeweging!

Het was wel verdacht toen wij gisteren in Wijk bij Duurstede de haven uit voeren, op weg naar Odessa. Dat ligt ver oostelijk, maar wij draaiden weg stroomafwaarts naar het Westen, richting Dordrecht. Was het een schijnbeweging, of was het hele verhaal van die verre reis uit de duim gezogen en gaan we de volgende maanden in werkelijkheid gewoon een beetje rondjes draaien rond Maas, Waal en IJssel?





Hoe dan ook, we liggen weer prachtig op een min of meer vertrouwde plek, de Wolwevershaven, ongeveer achter de monumentale stoomsleper Pieter Boele en pal voor de historische scheepslift van Straatman. 






Een ingenieuze constructie, al is het soms wat gênant hem in bedrijf te zien. Hij is bedoeld om roerbladen, schroeven en schroefassen van schepen te kunnen repareren. Een schip vaart er achterwaarts in, waarna de achterkant in banden gehangen en boven water getild wordt. Als dat gebeurd is, kun je letterlijk een schip in de kont kijken. De enkele keer dat ik dat heb gezien, had ik de neiging beschaamd het hoofd af te wenden. Een fatsoenlijk schip verdient beter dan zo publiekelijk in zijn intimiteit te worden blootgesteld.




Vanmorgen hebben we Nico aan boord gehad, de CV-monteur van Bunkerstation Papendrecht. Die zou toch al komen voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt van de brander, maar nu was er een extra aanleiding. Het was nogal fris toen we aan boord kwamen in Wijk, maar toen we de CV aanzetten begon die blauwe walmen te braken. Niet goed dus. Nico wees vanmorgen al vroeg het probleem aan. Voor de technische Rijncertificering hebben we hendeltjes moeten aanbrengen om de toevoer van alle brandstofgebruikers van buitenaf te kunnen afsluiten. Die van de CV stond dicht - maar net niet helemaal zo dicht dat hij niets deed: walmen kon hij wel. Zo leren we elke dag het schip een beetje beter kennen...


We hebben er een tweede sponsor bij! De firma MTBB.nl, ofwel Maritiem Technisch Bureau den Breejen, ofwel Ton, reikte ons een set essentiële gebruiksvoorwerpen aan. Tot nu toe dronken wij uit tandenborstelbekers goedkope plonk, dat wil zeggen voorzover niets beters door mede-opvarenden aan boord werd gebracht. Maar nu kunnen wij op niveau grands crus drinken! Dank je wel, Ton, we hopen heel regelmatig aan je te denken!



Intussen is door de nu aanwezige opvarenden ook de vraag beantwoord hoe je je nu eigenlijk een beetje nuttig kunt maken als je een hele dag aan boord aan het varen bent - of zit te wachten op de techniek. Je brengt je eigen kookboeken mee, en daar ga je wat mee doen!


donderdag 29 maart 2012

Toen wij uit Rotterdam vertrokken...

De kop is eraf, we zijn weg uit Rotterdam. Eigenlijk was het de bedoeling dat we pas zondag uit de Veerhaven zouden vertrekken, maar havenmeester Bertus van den Broek liet ons weten dat dat niet zou lukken. Er wordt daar de komende paar dagen een hele vloot grote klassieke schepen verwacht, waar de Anna Koosje zich natuurlijk prima bij zou thuis voelen. Alleen komt het zo vol te liggen dat we er zondag met geen mogelijkheid uit zouden kunnen.



1670
2011
Zo liggen we nu dus in de stadshaven van Wijk bij Duurstede, pal onder de molen van Ruijsdael, die helemaal niet de huidige molen van Wijk is maar een vroeg voorbeeld van stadspromotie. Eigenlijk is dit veel te oostelijk voor de planning, en een beetje te vroeg voor de technische stand van zaken. We verwachten onze Rijnloods Jan Vlietstra pas op 5 april in Nijmegen, en Ton den Breejen, onze onvolprezen elektroinstallateur, moet nog een paar draadjes aan elkaar knopen maar kan dat alleen maandag in Dordrecht komen doen. Zondag komen Jeanne en enkele van onze kinderen aan boord, tot en met woensdag want dan is mijn verjaardag. We gaan dus zondag vrolijk terug naar het Westen, naar de Dordtse Wolwevershaven, en vervolgens waarschijnlijk door via Woudrichem, de Betuwe en dan het Maas-Waalkanaal in.


Met Jan Vlietstra hebben we overigens een paar dagen geleden kennis gemaakt. Het was onmiddellijk een ontmoeting die ons raakte. Jan, net 65 geworden, heeft zijn hele leven in de binnenvaart doorgebracht en juist vorige week! zijn schip verkocht. Na 53 jaar heeft hij nu, zo hij zegt, een huis op het land, met een dak erop, en een tuin. Dat laatste heeft hij snel opgelost door er een flinke partij tegels in te leggen. Maar de rest moet nog heel erg wennen. Hij ziet er eigenlijk wel naar uit om met ons het traject te varen dat hij honderden keren heeft afgelegd, maar nu zonder stress van hoe laat kom ik aan, hoe kom ik aan mijn volgende lading en wat brengt het op. Hij heeft altijd op de oever wel steden en dorpen gezien die er vanaf het water leuk uitzagen, maar tijd om er eens te gaan kijken was er zelden. Nu, met ons, wel.



Gisteren in Rotterdam kregen we nog bezoek. Volluk, klonk het buiten. Dat zal havenmeester Bertus zijn, dachten we, maar die was het niet. Het waren twee mannen van scheepswerf Bocxe, die de afgelopen maanden Anna Koosje met veel liefde en vakmanschap aan allerlei technische voorzieningen hebben geholpen. Onder andere een giek aan de mast, waarmee we een rubberboot snel in het water kunnen laten zakken. Alleen, als de mast gestreken moet worden voor een lage brug of zo, hebben we geen mik waar zowel mast als giek in passen. Die hebben ze nog even snel gemaakt, en die kwamen ze ons brengen. Als vaar-wel. Dus dank, firma Bocxe, een expeditie van een beetje niveau heeft ten minste één sponsor, en u bent onze eerste!

Anna Koosje in Rotterdam

In about a week Ellen and I will board the Anna Koosje near the German border for the second week of her voyage to the Black Sea. I was not expecting to see her before but, after a day of meetings in Rotterdam last week, as I was walking past the marina, I stumbled upon her.


She certainly is a beautiful barge and looks very much like the péniches I used to see in my youth cruising the Seine in Paris, except that she wears a much cleaner and brighter layer of paint and does not carry heavy loads of bulk cargo but rather people who want to chill out in good company on leisurely river cruises.


I cannot wait to get acquainted with the Anna Koosje and her crew, and to cruise on the Rhine to discover a region of Europe yet unknown to me. I will report here my impressions of the trip.